10-03-’09, dinsdag, dag 30
‘Om 9 AM is er een begeleide wandeling. Interessant’, denken we, tot we vernomen dat het $15/persoon is. Een andere tocht dus. We wagen ons aan de langste die Lamington te bieden heeft: Coomera Walk. Volgens de brochure 7 uur, door het regenwoud. We waren nog maar net vertrokken en ja hoor, de sluizen gingen weer open. De weergoden hebben het zo niet voor ons precies. Mijn enthousiasme daalde onder het vriespunt maar om nog te keren na anderhalf uur was ook wat stom gezien we nog voldoende tijd hadden. We naderen een rivier waar we door moeten, over bglibberige stenen (anti-slipschoenen, yeah right) door het water. Na dit 8 keer te moeten doen zijn mijn schoenen dan ook zeikenat en zeggen ze voor de volgende 5 uur ‘slop slop’.
De populatie van het regenwoud: 10379 blauwe kreeften die de aanvalpositie innemen wanneer je hen nadert, 30450 hagedissen, walabi’s, miljarden bloedzuigers. Gezien we zelf even vochtig waren als de Pacifische Oceaan trokken we deze lieve beesten aan als vliegen op een stront. Af en toe houden we halt om ze van ons lijf te plukken. Doorstappen is de boodschap. Even wordt gevreesd dat we niet voor donker terug zijn, dus leggen we onze versnelling hoger.
Mooi op tijd en nog geen 6 uur, na vertrek, later zien we de camping en vluchten we naar de douche. Bloedzuigers op enkels, handen, voeten,… dolletjes! Nederland wint met 15 bloedzuigers, gevolgd door België met slecht 3.
De avond verloopt rustig. Een lekker warme maaltijd (patat, wortel, tortilla-achtig iets) vult onze maagjes.
We doorbladen nog even de brochure en lezen dat de Coomera Walk wordt afgeraden bij slecht weer. Bon, wat hebben we vandaag geleerd? Les 1: lees eerst goed de brochure. Les 2: verwittig iemand als je gaat wandelen in een regenwoud.
PS: waarom bewegen wandelende mensen hun armen mee?
--------------------------------------------------------------------
11-03-’09, woensdag, dag 31
Het is 3 weken geleden dat ik een lange broek droeg. Doeme toch, een lange broek in OZ! Maar het is een noodzakelijk kwaad want het is koud en regent hard. Voordat we Lamington verlaten doen we nog even wat spullen in de droogkast en maken we een praatje met onze Nederlandse camperburen.
Gezien de highway alleen maar rechtdoor gaan is en dat niet bijster interessant is, kiezen we er voor om langs de kleine wegen verder te gaan. De regen maakt plaats voor zon (juich!) en zo genieten we nog meer van de fauna en flora. Een late lunchbreak in een afgelegen cafeetje, waar de drukste populatie ooit 15 man was, in een afgelegen dorp. Wel leuk om het binnenland te zien en dat op slechts een uur rijden van de zee.
Wegeltje op, baantje af, bocht naar links, draai naar rechts. Joke heeft een goed ontwikkeld reukorgaan (het mijne gaat achteruit) en merkt een verbrande geur op. We zetten ons direct aan de kant en inspecteren de boel. Buiten de geur en een lichtje op het dashboard merken we niets anders op. Als een wilde zot zwaai ik naar de eerste auto die passeert. De vrouw in kwestie weet niets meer maar stelt voor om achter haar te rijden. Oké, goed, let’s roll. We vertrekken, de geur gaat weg, het lichtje is uit. ‘In orde’, denken we, ‘merci madam, vanaf nu kunnen we wel weer verder.’
We verlaten de staat Queensland en komen New South Wales binnen. We rijden door en houden halt in een klein stadje waar de tijd wat stil bleef staan (Mu). Ik wil pinken maar merkt op dat het niet lukt. PING, daar valt de €/$: er is een draadje, dat instaat voor de indicators, doorgebrand. Oh feest! Enkele telefoontjes en gevloek later komt een vriendelijke man van de NRMA (Touring van bij ons) ons helpen en klaart de klus in amper 20 minuten. Waar mannen toch allemaal goed voor zijn!
Het begint te schermen wanneer we in Byron Bay aankomen. Het lijkt wat op Surfers Paradise, maar dan in een gezellige versie (leukere gebouwen enz) en met een grote diversiteit van mensen (jong, oud, hippe, alternatief, surfers). We zoeken een slaapplaats op een camping maar stuiten op gesloten deuren bij enkele campings. Eén heeft gelukkig een ander systeem: betaal in de ochtend.
Yeah!
--------------------------------------------------------------------
12-03-’09, donderdag, dag 32
De zon komt net op wanneer ik ontwaak. Een Chinees is bezig met zijn ochtendyoga. Joke is klaarwakker. Tan slaapt. Joke ziet het niet zitten om net voor openingsuren van de camping (9 AM) te vertrekken dus beslis ik snel om direct te vertrekken. Om 5.30 AM. Op weg naar stad vinden we een plaatsje (van 1 AM tot 5 AM mag je daar niet staan, wildkamperen tegengaan) waar we nog enkele uurtjes de ogen sluiten en het dromen verderzetten.
De dagactiviteiten bleven zoals het leven aan de kust is: wat kuieren door stad, wandelnig langs het strand (we zagen dofijnen!), zonnen,… We raken aan de praat met onze buur Max, een man van 50-55 (moeilijk te schatten; ze zien er vaak ouder uit door de vele zon). Hij woont op een farm, zo’n 30 minuten verder, in de mountains. ‘Als je zin hebt, kan je gerust jullie camper op mijn grond zetten. Er zijn nog andere campers, mensen genoeg.’ We vinden het wel leuk om dit aanbod aan te nemen: levensstijl zien, nieuwe landschappen, nieuwe mensen. Nog een Coles-tussenstop en we zetten aan. De 30 minuten waar Max over doet, tja, dat was niet voor ons weggelegd. Het was schemerdonker bij vertrek, pikdonker bij aankomst (anderhalf uur later!). we rijden verkeerd, vragen 2 maal de weg, zien de meest kleine wegeltjes. Voor Tan is de fun er af. Enge filmscènes spelen door haar hoofd, wat ook Joke onrustig maakt. Eerlijk gezegd, voor het eerst was ik niet helemaal op mijn gemak. Het bos, nergens licht, nergens geluid… prima decor voor een horrorfilm.
Eindelijk vinden we het huis van Max. Hij had Nemo, één van zijn huisgenoten, verwittigd van onze komst (Max zelf ging laat thuis zijn). Een zacht licht verlicht het – prachtige – huis (zo’n wil ik ook Jelle), maar geen mens te bespeuren. Nog steeds niet helemaal op ons gemak roepen we wat ‘Hallo’s?’, ‘Nemo?’, ‘Anybody?’ het huis en tuin in. Uiteindelijk gaat een deur open en begroet Rachel ons. Ze was aan het mediteren en moet vroeg in bed, waar ze eigenlijk met zegt ‘Oké, goed dat je er bent maar ga nu maar naar je camper’. Tan is helemaal niet op haar gemak en wilt graag weg. Die optie is echter niet de beste: de ganse weg terug in het donker + nog parkeerplaats vinden. De goon en enkele luchtige verhaaltjes helpen gelukkig.
We vallen rustig in slaap. Een nachtelijk pipipauze: we gaan steeds samen. Vrouwen toch hé…
PS: hoe komt het dat Chinezen spleetogen hebben?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
+2.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten