20-02-’09, vrijdag, dag 12
5.30 AM
Veel te vroeg gaat de wekker af. Ik weet dat er fijne tijden te wachten staan dus sta ik vlug in de douche. Anderhalf uur en een telefoontje naar thuis later zijn we aan het wachten op onze lift. Een enthousiaste OZ groet ons en zet de trip naar andere hostels verder. Mensen nemen plaats, rugzakken vullen de aanhangwagen. We vertrekken vanuit Adelaide en zetten de trektocht noordwaarts in, de enige richting voor de komende week. We maken enkele stops in Quorn, Katyaka (ooit een stadje geweest in de jaren 1860), Port Augusta en andere plaatsen waar de naam van vergeten mag worden.
We zetten onze toch voort en bivakken voor deze nacht in Parachilna. Een mooi domein met prachtige uitzichten over bergen en valleien. Verder is Parachilna één supermarkt, één pub en één hotel en dat allemaal in éénzelfde gebouw. Dat moet je maar kunnen! Het was warm deze dag en dat belooft niet anders te worden. Gelukkig is de sunblock nabij.
Het terrein wordt verkend, pictures worden genomen, banden worden gesmeed, de barbie (bbq) wordt aangemaakt. In de keuken snijden vrouwtjes de groenten terwijl de mannen het vuur onder controle houden - oerinstincten komen naar boven. Alles goed en ook nu heeft mijn vegetarische ik voldoende voedsel. Chauffeur en gids Brook (een meisjesnaam voor een beer van een kerel) legt ons de regels en knepen van het samen rondtrekken uit, terwijl de barbie wordt opgesmuld. Een dingo komt een kijkje nemen maar wordt al snel door Brook weggejaagd; je zou voor minder weglopen! De dingo bleek trouwens een vos te zijn.
Ik meimer over de mooie momenten dat ik hier al had en die nog zullen komen. Het is hier zo mooi en rustgevend, onbeschrijflijk.
Ik kijk al uit naar morgen, wanneer de partybus (met vette schijven) zijn tocht verderzet.
-------------------------------------------------------------------
21-02-’09, zaterdag, dag 13
Niet de beste nachtrust gehad: mijn Engelse buurvrouw snurkt vrij hard en laat haar wekker verschillende keren afgaan zonder zelf op te staan – heerlijk dus!
Bij het krieken van de dag verlaten we Parachilna en gaan we verder de woestijn in. De partybus is weer vertrokken! Vette platen en dito meezingers passeren de revu. De wiegende bewegingen van de bus op de zandweg zijn zoals het in de baarmoeder was – ik herinner me het nog levendig – en al snel ben ik aan het dutten.
We houden halt bij Alf, een oude man die met zijn hond in een godverlaten plaatsje woont. Alf, ook zel ‘Talk Alf’ genaamd, weet veel over de aboriginals en van die dingen.
Het is weer een het dag dus veel drinken is de boodschap. En van drinken moet je plassen, dus moet er hier en daar gestopt worden. Toeristische tussenstops in Leigh Creek (ooit een stad geweest die ze letterlijk hebben verhuisd (spullen opheffen en moven), dat was goedkoper dan elektriciteit en dergelijke te leggen), een zoutmeer dat om de 12 jaar eens vol loopt en een plaatsje (naam vergeten) waar de abo’s hun ‘ochre’ halen om zich oa met te beschilderen.
Het kompas op de thermometer wijst 44° in de zon aan; verfrissing is gewenst. Brook kent de outback uit zijn broekzak en weet een zwembad zijn. Zwembad = 2 op 2 meter diepe put van 1,70 meter. Met zijn allen er natuurlijk in, wat grappige taferelen oplevert.
We overnachten in William Creek, een dorpje met 8 inwoners. De populatie wisselt wel eens. Soms blijven enkele backpackers daar om wat te werken, maar laten we het om de vrede te bewaren op deze 8 houden. De pub staat op stelen wanneer we toekomen: wat een massa volk opeens. De pub van William Creek wordt druk bezocht door backpackers. Overal waar je kijkt hangt wel iets buitenlands op: foto’s, briefjes, ondergoed, bh’s, posters,… De pub is nu ook een Stubru-sticker rijker, een mooie toevoeging aan de collectie me dunkt.
Zoals elke avond helpt (in theorie) iedereen een handje om het eten te bereiden: rijst, kip (tonijn pour moi) en coconutsauce wordt het. Smullen!
Geen hostel voor ons deze nacht, maar wel de buitenlucht met een ONGELOOFLIJKE sterrenhemel! De ‘swags’ (slaapzak met matje in, in zo legerstof) wordt opengerold, iedereen installeert zich en dan… GENIETEN!
--------------------------------------------------------------------
22-02-’09, zondag, dag 14
Ik open mijn ogen, ik kijk rond en wat zie ik? De opkomende zon! Mooi met de grote M!
We waren dus opnieuw vroeg wakker, maar niet erg want er staan weer wat km’s voor de boeg.
Verder de woestijn in. Links: woestijn, soms wat bomen. Rechts: woestijn, soms wat bomen. Voor ons: de weg die ons te wachten staat. Achter ons: de weg die we bereden.
Iets voor de middag komen we al op bestemming aan (het aantal km’s bleef uiteindelijk wel beperkt): Coober Pedy. We krijgen door een plaatselijke jonge dame uitleg over het stadje: Coober Pedy staat bekend om ‘the opal town in the world’. Een stadje waar 46 verschillende nationaliteiten wonen, alles door elkaar maar de abo’s hebben toch hun stek achter de berg.
Een vrije namiddag. Met Ester trek ik de stad in: tijd om wat mails te checken (Jel heeft vast gemaild). Vlak erbij is een underground church die ze nader bekijken (lekker koel). Onze tijdsinschatting was niet ideaal. Ipv naar het zwembad te trekken zoals iedereen keren we huiswaarts, anderhalf uur te vroeg. Nou ja... Daar aangekomen genieten we van de pracht en praal die we voor ons zien en van de heerlijke zon (douche in, opdrogen, douche in, smeren, opdrogen, douche in…). Er staat pizza op het avondmaal en daarvoor trekken we de stad in. Met drank bij de hand worden de pizza’s in een sneltempo naar binnen gespeeld. Plezier en vertier! Vervolgens is het tijd om de beentjes eens goed te plooien en de heupen te doen wiegen. De pub is druk bevolkt: 2 mannen en 2 voze wijven zijn op deze zondagavond naar hier afgezakt. De voze wijven voelen zich snel geïntimideerd door onze aanwezigheid (schrik dat hun mannen worden ingenomen – yeah right!) en halen – volledig uit de maat – hun beste danstalenten naar boven. Tientalle foto’s worden genomen en voos wijf 1 heeft haar naam door (‘Voor op facebook, dan worden we vrienden’).
We overnachten in een ‘hostel’ dat op gelijke manier is gebouwd als veel andere huizen in Coober Pedy, in een rots en onder de grond (steeds 20°-23°). Engelsman Matt is weer hevig aan het snurken waardoor slaap vatten geen pretje is. De slaapruimte bestaat uit verschillende compartimenten met elk 2 stapelbedden. Plaats zat dus!
Joke en ik kletsen nog wat bij, delen weetjes, giechelen als jonge schoolmeisjes en zeggen dan toch ‘slaapwel’.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
+2.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten